Zienswijzen

 Onderwerp: duurzaam kan zoveel beter; gemeente Pijnacker-Nootdorp

Beste belangstellende,

 Wij informeerden u al eerder op basis van actualiteit, onderzoeken of gemeentelijke plannen over zaken van belang in het kader van duurzaamheid en ook de lokale gevolgen (licht-, zicht en geluidhinder) van windturbines daarbij.

 Thematische structuurvisie Duurzame energie

In februari 2016 is de Thematische Structuurvisie Duurzame Energie Pijnacker-Nootdorp aangeboden, bediscussieerd en aanvaard door de Raad. Er was in de raad zeker waardering voor de intentie en ook de inhoud, maar ook best veel kritiek. Dat ging over de focus, de prioriteiten, de nulmeting die ontbreekt en zeker ook de potentie en onderbouwing van het ‘uitvoeringsprogramma’. Maar B&W hebben toegezegd daar verder hard aan te werken en met concretiseringen te komen.

In ieder geval staat efficiencyverbetering als voornaamste en eerste aandachtspunt nu wat beter op de kaart en komt er ook meer structuur in het geheel (mede van belang bij de nulmeting en de voortgangsrapportages) en ook is er een heldere focus op de potentie van ‘warmte oplossingen voor de tuinbouw’ via een onderzoeksprogramma dat prioriteit heeft.

 Al met al best veelbelovend en voor velen ook uitdagend.

Wij hopen met u dat de duurzaamheidssituatie in onze gemeente gaandeweg de beoogde verbetereffecten gaat vertonen. Maar ook dat dit gebeurt op een effectieve wijze door een scherpe focus op haalbaarheid en bijdrage aan de doelstelling. Voorts zal bijsturing gericht dienen te zijn op de belangrijkste problemen en mogelijkheden, zoals bij de glastuinbouw die als grootste energieverbruiker met 70% van het totale energieverbruik in onze gemeente derhalve nadrukkelijk aandacht verdient.
De gekozen oplossingen dienen met gezamenlijke inzet en zeker respect te worden uitgevoerd.

Dat laat overigens onverlet dat in de onderkende sectoren woningbouw (particulier en coöperaties), gemeentelijke organisatie, glastuinbouw en overige bedrijven men tot op individueel niveau medeverantwoordelijkheid draagt om in actie te komen om energieverbruik terug te dringen, zoveel mogelijk over te schakelen op duurzaam geproduceerde energie en efficiënter om te gaan met fossiele brandstoffen teneinde aan het doel van een vermindering van de CO2-uitstoot effectief te kunnen bijdragen.

Onderzoek naar windturbines tot 60 meter tiphoogte

Het in februari 2014 voorgenomen onderzoek naar kleinere windturbines (met een tiphoogte tot 60 m) heeft naar aanleiding van de behandeling in de gemeenteraad geen prioriteit meer. De voornaamste aandacht gaat uit naar een onderzoek m.b.t. geothermie in onze gemeente. Dat vinden wij een goede ontwikkeling.

Bovendien heeft de wethouder toegezegd om bij een eventueel toekomstig onderzoek ‘kosten en nut’ van dergelijke turbines vanuit een totaalsysteembenadering te gaan bezien. Dat vinden wij een goede aanpak omdat windturbines altijd back-up behoeven van een volwaardig systeem van energiecentrales die fossiele brandstoffen verstoken en dragen daardoor veel minder bij aan de doelstelling van CO2-reductie dan werd vermoed.

Ook zijn wij blij met de toezegging dat bij een evt. studie naar de mogelijkheden van kleinere windturbines zeker ook ‘Criteria en Randvoorwaarden vooraf zullen worden opgesteld in verband met de lokale bij-effecten (licht-, zicht- en geluidhinder) van die installaties.

Dat alles heeft in het verleden te veel ontbroken en daardoor onnodig veel tijd en geld gekost dat beter aan een 'echte duurzaamheid oplossingen' had kunnen worden besteed.

Windturbines in de Balij

Een onderwerp dat nauw gerelateerd is aan de discussie over duurzaamheid betreft het voornemen van provincie Zuid-Holland op initiatief van Staatsbosbeheer te onderzoeken of grote windturbines (tot wel 175m hoogte) in de Balij geplaatst kunnen worden. De Balij is als zodanig bij SBB in beheer voor natuur- en recreatie en dit gebied zou niet zonder een tijdig onderzocht en bewezen afdoende maatschappelijk draagvlak voor andere zaken mogen worden benut

De afgelopen maanden hebben de gemeenteraden van Zoetermeer én Pijnacker-Nootdorp zich sterk afwijzend opgesteld tegen dit initiatief en hun college van B&W opgedragen om afwijzend te reageren in de richting van de provincie én Staatsbosbeheer.

 Ook wij als platform hebben Staatsbosbeheer aangesproken evenals een aantal bewonersorganisaties in Zoetermeer en Pijnacker-Nootdorp.

Als antwoord daarop kregen wij de reactie dat als de provincie toestemming verleent, Staatsbosbeheer de plaatsing mogelijk zal maken. Dat is op zijn minst vreemd en zeker inconsistent te noemen als we daarbij het beleid van Staatsbosbeheer inzake windturbines bezien: Het ondersteunen van windenergieprojecten doen we in eerste plaats door geschikte locaties voor windmolens te vinden in de terreinen die we beheren. Daarbij houden we steeds de (groene) leefomgeving van bewoners in het oog. Zien we goede kansen op een plek, dan zullen we altijd samenwerking zoeken met andere (lokale) partijen en met omwonenden.

Blijkbaar is Staatsbosbeheer van mening dat de opvatting van beide betrokken gemeenten niet ter zake doet en niet tot “lokale partij” gerekend kan worden. Daarmee toont deze organisatie aan dat zij nog geen geschikte antenne heeft ontwikkeld voor het oppikken van groot maatschappelijk draagvlak (of liever: het ontbreken ervan!). Louter verwijzen naar en zich verschuilen achter het provinciaal niveau is natuurlijk geen teken van afdoende maatschappelijk draagvlak!

Jammer dat Staatsbosbeheer dat nog steeds niet inziet, dat de indringende afwijzende signalen van B&W & gemeenteraden Zoetermeer en Pijnacker-Nootdorp, alsmede ook zichtbaar ‘burgerverzet’ zou moeten leiden tot een heroverweging en wellicht ook een passend excuus.

Moeten we daarmee constateren dat we maatschappelijk gezien beter af zijn om bijvoorbeeld Natuurmonumenten te vragen het beheer over de Balij over te nemen? Die organisatie luistert namelijk wel naar hun (in middels grote) achterban en beschermt ook haar gebieden tegen dergelijke inbreuken.

 

Vriendelijk groetend,

 Namens het Platform ‘Duurzaam kan zoveel beter’ 
Taco Holwerda, René Veger, Harry Hendriks
Februari 2016

 PS: zie website http://www.windturbinesn470nee.nl/ voor wat er allemaal actueel gebeurt cq de historie en ook belangrijke achtergrondinformatie. Daar is ook de brief van Staatsbosbeheer te vinden.

 

 

 =================================================================================================

Zienswijze op Startdocument planMER partiële herziening VRM windenergie Provincie Zuid Holland (actueel).
De ontvangen zienswijzen over het Startdocument planMER worden, samen met de adviezen van de wettelijke adviseurs en het advies van de landelijke Commissie voor de m.e.r., door de Provincie verwerkt in het Advies Reikwijdte en Detailniveau. Dit vormt het definitieve kader voor het milieuonderzoek dat naar verwachting in het voorjaar van 2016 zal beginnen. Later in het proces zullen het ontwerp van het gewijzigde Programma ruimte en de Verordening ruimte samen met het planMER ter inzage worden gelegd. Op de uiteindelijke besluiten is geen beroep meer mogelijk.

U kunt van 3 november tot en met 14 december 2015 uw zienswijze(n) schriftelijk of per e-mail indienen via onderstaand adres:
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, t.a.v. mw. H. Maagdenberg afdeling Ruimte, Wonen en Bodem,   Postbus 90602, 2509 LP Den Haag of per email naar:  

Het Platform ‘Duurzaam kan zoveel beter’ heeft  een korte en lange versie van een voorbeeld zienswijze voorbereid. U kunt deze desgewenst overnemen en insturen naar de Provincie. Het eenvoudigste is het om de tekst elektronisch in een email te copieren, waar nodig aan te passen en in ieder geval van naam en adresgegevens te voorzien.


+++++++++++++ Korte versie zienswijze  planMER +++++++++++++

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,

t.a.v. mw. H. Maagdenberg

afdeling Ruimte, Wonen en Bodem,

Postbus 90602,

2509 LP Den Haag.

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Pijnacker-Nootdorp, ..december 2015.

Betreft: zienswijze op Startdocument planMER partiële herziening VRM windenergie.

L.s.,

Hierbij wil ik mijn zienswijze kenbaar maken op het startdocument planMER in het algemeen en in het bijzonder het daarin meenemen van de locatie Balij in de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Deze locatie ligt in een natuur- en recreatiegebied met een regionale functie.

Mijn standpunt is dat de locatie Balij volledig ten onrechte in beschouwing wordt genomen bij het planMER, omdat er ernstig afbreuk wordt gedaan aan de functie en waarde van dit deel van de door de provincie al decennialang ondersteunde en gepropageerde groen-blauwe slinger(waarin de afgelopen jaren vele miljoenen euro’s zijn geïnvesteerd door de provincie) en waarbij ook volledig tegen het unanieme besluit van de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp wordt ingegaan. Daarmee wordt afbreuk gedaan aan het wezen van democratisch zorgvuldig en consistent openbaar bestuur, neemt het vertrouwen in het provinciaal bestuur af en de kloof tussen politiek en burger nog verder toe.

Bovenal is op onvoldoende wijze aangegeven welk objectief afwegingskader is gehanteerd en welke inhoudelijke afwegingen ertoe hebben geleid om tot het voorliggende voorstel van GS te komen. Evenzeer is op geen enkele wijze aangegeven waarom in het planMER niet zal worden ingegaan op alternatieven, die juist voor het onderhavige onderwerp n.m.m. juist in een MER-procedure relevant en noodzakelijk zijn.

Als u toch besluit het planMER ongewijzigd door te zetten, dring ik er bij u op aan de beoordelingscriteria m.b.t het geluid aan te scherpen ten opzichte van de wettelijke normen, die gezien de unieke geluidskarakteristiek van het windturbinegeluid niet toereikend blijken te zijn in andere situaties in Nederland (bijv. Maastricht Lanakerveld 2012) en daarbuiten (Denemarken 2012). Voorts zal een afweging door toetsing aan de ruimtelijke kwaliteit, een belangrijk aspect bij uw VRM van juli 2014, zeker niet vergeten mogen worden.

Ook ben ik zeer geïnteresseerd in de criteria en de weging ervan die u zult gaan hanteren bij de keuze die na afronding van het planMER voorligt. Die zijn op dit moment nog diffuus. Naar mijn mening dient zeker het ontbreken van maatschappelijk draagvlak zwaar mee te wegen evenals locatiespecifieke overwegingen als de invloed op recreatiebeleving en de omliggende tuinderbedrijven.

Daarom is mijn visie: zelfs al zou uit het onderzoek naar voren komen dat in de locatie Balij het planMER-technisch kan, het nog steeds onwenselijk en onjuist is om dit waardevol groengebied daadwerkelijk te aan te wijzen voor grote windturbines van mogelijk wel 150 tot 175 meter tiphoogte. De kosten en inspanning voor een dergelijk onderzoek zou u zich (en ons als belastingbetaler) dus kunnen besparen of in ieder geval beter besteden.

Door het terugtrekken van de locatie Balij uit het planMER doet u ook recht aan alle (regionale) gebruikers ervan en aan de opvatting van de inwoners van de gemeente Pijnacker-Nootdorp, neemt u de gemeenteraad van deze gemeente serieus en draagt u bij aan een herstel van het vertrouwen in een betrouwbare overheid en zorgt u ervoor dat de kloof tussen burger en bestuur in ieder geval niet verder toeneemt.

Met vriendelijke groeten,

 (persoonlijk ondertekening)

(naam)

(adres)

++++++++++++  einde korte versie zienswijze planMER  ++++++++++

=========== =========== Lange versie zienswijze planMER  ==============

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,

t.a.v. mw. H. Maagdenberg

afdeling Ruimte, Wonen en Bodem,

Postbus 90602,

2509 LP Den Haag.

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Pijnacker-Nootdorp, ..december 2015.

Betreft: zienswijze op Startdocument planMER partiële herziening VRM windenergie.


L.s.,

Hierbij wil ik mijn zienswijze kenbaar maken op het startdocument planMER in het algemeen en in het bijzonder het daarin meenemen van de locatie Balij in de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Deze locatie ligt in een natuur- en recreatiegebied met een regionale functie.

Mijn standpunt is dat de locatie Balij volledig ten onrechte in beschouwing wordt genomen bij het planMER, omdat er ernstig afbreuk wordt gedaan aan de functie en waarde van dit deel van de door de provincie al decennialang ondersteunde en gepropageerde groen-blauwe slinger(waarin de afgelopen jaren vele miljoenen euro’s zijn geïnvesteerd door de provincie) en waarbij ook volledig tegen het unanieme besluit van de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp wordt ingegaan. Daarmee wordt afbreuk gedaan aan het wezen van democratisch zorgvuldig en consistent openbaar bestuur, neemt het vertrouwen in het provinciaal bestuur af en de kloof tussen politiek en burger nog verder toe.

Bovenal is op onvoldoende wijze aangegeven welk objectief afwegingskader is gehanteerd en welke inhoudelijke afwegingen ertoe hebben geleid om tot het voorliggende voorstel van GS te komen. Evenzeer is op geen enkele wijze aangegeven waarom in het planMER niet zal worden ingegaan op alternatieven, die juist voor het onderhavige onderwerp n.m.m. juist in een MER-procedure relevant en noodzakelijk zijn.

Als u toch besluit het planMER ongewijzigd door te zetten, dring ik er bij u op aan de beoordelingscriteria m.b.t het geluid aan te scherpen ten opzichte van de wettelijke normen, die gezien de unieke geluidskarakteristiek van het windturbinegeluid niet toereikend blijken te zijn in andere situaties in Nederland (bijv. Maastricht Lanakerveld 2012) en daarbuiten (Denemarken 2012). Voorts zal een afweging door toetsing aan de ruimtelijke kwaliteit, een belangrijk aspect bij uw VRM van juli 2014, zeker niet vergeten mogen worden.

Ook ben ik zeer geïnteresseerd in de criteria en de weging ervan die u zult gaan hanteren bij de keuze die na afronding van het planMER voorligt. Die zijn op dit moment nog diffuus. Naar mijn mening  dient zeker het ontbreken van maatschappelijk draagvlak zwaar mee te wegen evenals locatiespecifieke overwegingen als de invloed op recreatiebeleving en de omliggende tuinderbedrijven.

Daarom is mijn visie: zelfs al zou uit het onderzoek naar voren komen dat in de locatie Balij het planMER-technisch kan, het nog steeds onwenselijk en onjuist is om dit waardevol groengebied daadwerkelijk aan te wijzen voor grote windturbines van mogelijk wel 150 tot 175 meter tiphoogte.
De kosten en inspanning voor een dergelijk onderzoek zou u zich (en ons als belastingbetaler) dus kunnen besparen of in ieder geval beter besteden.

Door het terugtrekken van de locatie Balij uit het planMER doet u ook recht aan alle (regionale) gebruikers ervan en aan de opvatting van de inwoners van de gemeente Pijnacker-Nootdorp, neemt u de gemeenteraad van deze gemeente serieus en draagt u bij aan een herstel van het vertrouwen in een betrouwbare overheid en zorgt u ervoor dat de kloof tussen burger en bestuur in ieder geval niet verder toeneemt.

In bijlage heb ik mijn standpunt nader onderbouwd aan de hand van een fors aantal overwegingen. Ik zie graag uw reactie op al deze overwegingen en vragen bij de beantwoording van deze zienswijze tegemoet.

Met vriendelijke groeten,

(Persoonlijk ondertekening)

(naam)

(adres)


Bijlage bij zienswijze van ..(naam)….

Aard en oorzaak van het probleem

In uw toelichting bij het startdocument wijst u op het met de stadsregio en gemeenten afgesloten convenant in de stadsregio Rotterdam.

Daarin was voldoende ruimte voor locaties onderkend om aan de afspraak met het Rijk te voldoen. Tijdens de uitvoering van het convenant is door de stadsregio Rotterdam en de samenwerkende gemeenten geconstateerd dat een deel van de locaties (deels) niet haalbaar zijn onder meer vanwege “de gewijzigde bestuurlijk context als gevolg van de gemeenteraadsverkiezingen in 2014” en er nieuwe locaties nodig zijn om de provinciale taakstelling en oorspronkelijke opgave uit het convenant te halen.

Kortom: omdat de stadsregio Rotterdam zich niet houdt aan de gemaakte afspraken (en mogelijk ook vanuit andere feiten) is er een kwantiteitsprobleem voor de provincie ontstaan voor de hoeveelheid opgewekt vermogen met windenergie. Een deel van de oplossing van dit knelpunt (volgens pag 12 van de toelichtingbrief 9 MW opgebouwd uit 3 windturbines van 3 MW die elk tot wel 175 meter hoog kunnen reiken) wordt afgewenteld op dat deel van de groen-blauwe slinger dat door u wordt aangeduid met “de Balij langs deA12” en dat ligt in de gemeente Pijnacker-Nootdorp en dat dicht aansluit op de nabijgelegen woonwijk Rokkeveen van de gemeente Zoetermeer.

Vragen:

1.       Is dit een juiste analyse van de oorzaak van het probleem? Zo nee, om welke reden niet?

2.       Klopt het daarmee dat u kennelijk accepteert dat de regio Rotterdam zich niet wenst te houden aan de eerdere afspraken/locaties en ook zelf geen alternatieven biedt?

3.       Erkent u dat er hierbij dus sprake is geweest van een bestuurlijke misser a.g.v. “een planningsfoutje” in een vroeg stadium van de besluitvorming rond de afspraken met het Rijk?

4.       Welke andere oplossingsrichtingen heeft u overwogen om dit onderkende kwantiteitsprobleem op te lossen?

5.       U geeft aan dat de in beschouwing genomen locaties een totaal potentieel van 179 MW vertegenwoordigen terwijl u 70 MW “tekortkomt”. Welke criteria gaat u hanteren voor die keuze naast de conclusies uit het planMER?

6.       Wat gaat u doen met de locaties die buiten de actuele keuze voor decompensatie van 70 MW vallen, maar volgens de planMER wel geschikt zijn? Reserveert u die locaties voor een volgende afspraak met het Rijk?

7.       Als u de argumenten van de stadsregio wél accepteert, waarom hanteert u  die handelwijze dan niet in relatie tot de afspraak die u met het Rijk gemaakt heeft?

8.       In tal van andere provincies worstelt men ook met een afnemend maatschappelijk draagvlak voor windenergie. Waarom stemt u niet met andere provincies af op welke wijze de afspraken met het Rijk kunnen worden aangepast op reële haalbaarheid met voldoende maatschappelijk draagvlak?


Vooringenomen standpunt: een rituele dans?

Dat GS de keuze voor die locatie al heeft gemaakt blijkt wel uit de beschrijving “Doel van de aanstaande partiële herziening van de VRM en Verordening Ruimte is te komen tot de invulling van de convenantafspraak in de voormalige stadsregio Rotterdam en de opname van een drietal nieuwe locaties buiten de stadsregio Rotterdam.”

Dat vooringenomen standpunt blijkt ook uit de in paragraaf 3.3. van het stardocument opgenomen zin: “Voor de drie locaties buiten de stadsregio geldt dat wanneer het onderzoek laat zien dat de locaties uit milieu oogpunt uitvoerbaar blijken, ze onderdeel uitmaken van het VKA” Waarbij met VKA bedoeld wordt: voorkeursalternatief.

Dat er sprake is van een “rituele dans” die in hoge mate het vertrouwen in het openbaar bestuur in het algemeen en dat van de provincie in het bijzonder ondermijnt blijkt wel uit: “Doel van de aanstaande partiële herziening van de VRM en Verordening Ruimte is te komen tot de invulling van de convenantafspraak in de voormalige stadsregio Rotterdam en de opname van een drietal nieuwe locaties buiten de stadsregio Rotterdam.” Het is allemaal al bekokstoofd, tenzij er echt zware technische belemmeringen zullen blijken uit het planMER. Het beoordelingskader van het planMER (paragraaf 3.2 van het startdocument) richt zich louter op de milieu-effecten en niet op draagvlak, maatschappelijke acceptatie en tegengaan van ondermijning van het vertrouwen van de burger in het (provinciaal) bestuur. Deze criteria dienen wel te worden meegenomen in de afweging bij de finale besluitvorming over de planMER.

De opmerking “Het MER zal een toelichting geven op de overwegingen die een rol hebben gespeeld bij de keuze voor deze drie locaties.” is vreemd. Die keuze heeft u immers nu al gemaakt en een verklaring daarvoor achteraf geven is erg gekunsteld in het zoeken naar een zekere legitimiteit.

Uw werkwijze houdt in dat een milieueffectrapport wordt opgesteld om de (mogelijke) effecten van het windpark op de leefomgeving, natuur en landschap van het omliggende gebied voor de afweging daarvan bij besluitvorming in beeld te brengen. Maar ook dat bestuurlijk de keuze al vaststaat. Dat is eens te meer onbegrijpelijk als je weet de Balij deel uitmaakt van de door de provincie op het gebied van natuurontwikkeling gepropageerde groen-blauwe slinger, decennialang intensief is bewaakt, waar nodig is uitgebreid en duurzaam ontwikkeld. Dit gebied maakt weliswaar geen deel uit van de EHS, maar vervult een regionale functie als recreatiegebied en biedt velen rust en ruimte. Het is voor mij dan ook onbegrijpelijk dat GS zo achteloos op deze waarden en beleid inlevert.

Vragen:

1.       Bent u het met mij eens dat in het startdocument de indruk wordt gewekt dat de keuze voor de locaties al vaststaat? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u daar concreet aan doen?

2.       Bent u met mij van mening dat het planMER niet de juiste wijze is om een toelichting te geven op de overwegingen die een rol hebben gespeeld bij de keuze voor de locatie Balij (én de locaties Westland én Delft), maar dat die overwegingen juist bij de besluitvorming over en dus ruim vóór aanvang van het planMER transparant bekend moeten zijn? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat bent u concreet van plan met deze constatering te gaan doen?

3.       Is voor de keuze voor de locatie Balij alleen sprake van een MERtechnische afweging? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom wel?

4.       Waarom gaat u zonder meer voorbij aan het unanieme raadsbesluit van de gemeente Pijnacker-Nootdorp om geen windturbines te plaatsen in groengebieden?

5.       Wilt u aanvullende criteria als draagvlak, maatschappelijke acceptatie en tegengaan van ondermijning van het vertrouwen van de burger in het (provinciaal) bestuur meenemen als criteria in uw afweging bij de keuze uit de resultaten van het planMER? Zo nee, waarom niet?


Meten met twee maten en bestuurlijke discriminatie

Heel vreemd is het dat daar waar in eerste instantie met de stadsregio en betrokken gemeenten in overleg gegaan is om locaties te bepalen, nu GS plotsklaps aankomt met “een bottum-up aangedragen initiatief, met een duidelijke lokale inbedding en context. Er worden daarom geen alternatieven onderzocht in het planMER.”

Relevant is voorts de opmerking over de uitvoering van het planMER: “Hierbij wordt rekening gehouden met de eisen uit het provinciaal en gemeentelijk beleid voor windenergie”.

Het is pertinent onjuist dat voor de locatie Balij sprake zou zijn van een lokale inbedding en context. GS gaat hier helemaal voorbij aan het in februari 2014 unaniem door de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp vastgestelde beleid en nadrukkelijke keuze om géén windturbinelocaties voor grote windturbines in de gemeente mogelijk te maken.

Ook is het op zijn minst raar dat voor de stadsregio Rotterdam alle overleg gelopen is via de betrokken overheidsinstanties en dat voor de locatie Balij een losse opmerking van Staatsbosbeheer (“bottum-up”) voldoende is, terwijl u weet dat er lokaal geen draagvlak voor bestaat.

Overwegingen en overlegvormen die u elders in de provincie (in de stadsregio Rotterdam) blijkbaar wel heeft geaccepteerd en inhoud gegeven. Hier wordt dus met meer dan twee maten gemeten en lijkt wel sprake van bestuurlijke discriminatie!

Overigens zou het voor de hand liggen dat elke initiatiefnemer zich voorafgaand  aan het indienen van een voorstel er van heeft vergewist dat er afdoende draagvlak is in de betrokken omgeving.
Dat Staatsbosbeheer dit heeft nagelaten zegt iets over haar beeld over maatschappelijk correct en legitiem handelen en ook over de mogelijke reactie die zij daarop kan verwachten vanuit de samenleving. Mijns inziens zou u van iedere ‘initiatiefnemer’ moeten verwachten uitsluitend over vooraf voldoende bewezen draagvlak in de betrokken lokale omgeving te beschikken, alvorens een voorstel serieus in overweging te nemen.

Een planMER dient er toe om een voorgenomen activiteit van het bevoegde gezag door te rekenen op milieueffecten, opdat deze effecten bij de uiteindelijke besluitvorming volwaardig kunnen worden betrokken. Belangrijk onderdeel van de mer-systematiek is het in beschouwing nemen van alternatieven, waaronder een meest milieuvriendelijk alternatief. Die werkwijze bij MER wordt met voeten getreden door de keuze “De drie locaties vormen een bottum-up aangedragen initiatief, met een duidelijke lokale inbedding en context. Er worden daarom geen alternatieven onderzocht in het planMER.” Daarmee maakt u dus geen volwaardige MER en tast u, als ultieme consequentie, door het afwijzen van planalternatieven de legitimiteit van uw keuzes aan.

Vragen:

1.       Waarom heeft u bottom-up suggestie van SBB zo serieus opgepakt?

2.       Bent u met mij van mening dat een dergelijk voorstel op zijn minst gebaseerd moet zijn op een groot lokaal maatschappelijk draagvlak? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke concrete maatregelen wilt u hieraan verbinden?

3.       Welk afwegingskader heeft u gehanteerd om dit voorstel op te nemen, opdat transparant wordt welke afwegingen tot uw voorstel/besluit hebben geleid?

4.       Heeft u ook bottom-up suggesties afgewezen? Zo ja welke en op basis van welke criteria en afwegingen?

5.       Waarom kunt/wilt u met het geven een toelichting wachten tot het MER? Het zou toch transparanter zijn als u die toelichting vóóraf geeft?

6.       Heeft u voorafgaand aan het opnemen van de locatie Balij afstemming/overleg gehad met de gemeente Pijnacker-Nootdorp? Zo ja, op welk niveau, waar ging dit over en wat was het standpunt van de gemeente? Zo nee, waarom niet?

7.       Heeft u afstemming gehad met de gemeente Zoetermeer over de locatie Balij? Zo ja, op welk niveau?

8.       Waarom heeft u (de burgers van) de gemeente Zoetermeer niet betrokken in uw voorlichtingsronde?

9.       Waarom heeft u gekozen om geheel in tegenstrijd met de gebruikelijke MER-procedure geen alternatieven in overweging te laten nemen in deze planMER?

10.   Bent u bereid om alsnog alternatieven te laten onderzoek voor de locatie Balij? Zo nee, waarom niet?

PlanMER-criteria

Bij het planMER geldt dat ”De focus ligt op de aspecten ‘geluid’, ‘slagschaduw’, ‘ecologie’, ‘landschap’ en ‘veiligheid’, aangezien dit de onderwerpen zijn die het meest maatgevend en onderscheiden zijn voor de uiteindelijke (inhoudelijke) afweging.”

Verbazingwekkend is het feit dat met het voorstel om in de Balij windturbines te plaatsen in feite de groen-blauwe slinger op een smal deel over de gehele breedte (in ieder geval door de lucht) wordt afgesloten. Daarmee staat deze locatie niet alleen in fysieke zin maar ook in keuze haaks op het vigerende beleid van dit groengebied.

Afzonderlijke aandacht verdient het aspect geluid, omdat windturbines laagfrequent geluid produceren. De Nederlandse wettelijke norm houdt daar niet of nauwelijks rekening mee, waardoor een belangrijke factor in de overlast wel wordt ervaren maar niet tijdig en afdoende in de theoretische modellen wordt onderkend.

De Deense universiteit van Aalborg heeft in 2012 in opdracht van de gemeenteraad van Maastricht een second opinion uitgevoerd voor wat betreft een nieuw op te richten windturbinepark bij Maastricht. Uit dat rapport is gebleken dat het windturbine park Lanakerveld , dat overigens wel op basis van gangbare Nederlandse berekeningen aan de Nederlandse norm voldeed, ernstig tekort schiet als het gaat om de bescherming van omwonenden. Zowel de laagfrequent geluid aspecten als de Lden norm worden door deze wetenschappers bekritiseerd. Ik vind het tekenend voor de situatie dat op basis van deze conclusies de projectontwikkelaar niet bereid was om het project voort te zetten.

Een specifiek probleem voor grote turbines is dat de reële windsnelheidsprofielen aanzienlijk variëren en vaak substantieel afwijken van het normaal aangehouden logaritmisch profiel. In een stabiele atmosfeer, zoals vaak 's nachts het geval is, kunnen er veel grotere verschillen ontstaan dan verwacht met hoge windsnelheden op turbinehoogte en weinig wind op grondniveau. Een grote variatie van windsnelheid ter hoogte van de rotor verhoogt de modulatie van het turbinegeluid, waardoor het normale "zoevende" geluid verandert in een hinderlijk "dreunend" impulsief geluid. Het effect is prominenter bij turbines met grote rotoren, waarbij de windsnelheid tussen de boven- en onderzijde van de rotor aanzienlijk kan verschillen (verwijzend naar het zgn. Vandenberg-effect). Dit effect wordt in geluidsmetingen vaak niet meegenomen, aangezien deze veelal overdag plaatsvinden, wanneer het logaritmisch profiel meer algemeen is.
Daarnaast geldt nog dat hoe hoger de turbine, hoe verder de overlast reikt.

Een verontrustend onderwerp betreft de staat van onderhoud van de windturbines en de geluidsproductie. Algemeen wordt aangenomen dat het geluid kan toenemen bij ondeugdelijk onderhoud en normale slijtage van de mechanische onderdelen en de bladen. Dat betekent dat in de loop van de tijd de overlast alleen maar zal toenemen en dus bij de initiële planvorming voorzichtigheid geboden is.

Aangegeven is dat “De focus ligt op de aspecten ‘geluid’, ‘slagschaduw’, ‘ecologie’, ‘landschap’ en ‘veiligheid’, aangezien dit de onderwerpen zijn die het meest maatgevend en onderscheiden zijn voor de uiteindelijke (inhoudelijke) afweging.” Opvallend daarbij is dat locatiespecifieke afwegingen zoals de invloed op de recreatieve belevingswaarde, de daaraan verbonden impliciete impact voor de gezondheid, nadelen voor de woonkwaliteit e.d. volledig buiten beschouwing blijven. Het door u aangedragen rijtje criteria in het document is voor de Balij eigenlijk beschamend en getuigt in het geheel niet van zorg en aandacht voor deze locatie. En dan schrijft u daar nota bene ook nog bij, dat het lijstje de effecten opsomt die maatgevend en onderscheidend zijn! En dat terwijl deze locatie naar mijn informatie de enige in de provincie Zuid-Holland is die in een natuur- en recreatiegebied gelegen is.

Vragen:

1.       Heeft u het eenvoudigweg in te schatten effect van het voorstel om in de Balij grote windturbines te plaatsen waardoor in feite de groen-blauwe slinger op die locatie over de gehele breedte wordt afgesloten meegewogen in uw besluit om de locatie Balij aan te wijzen? Zo niet waarom niet? Zo ja, hoe kunt u dan tot de conclusie komen dat de locatie Balij wordt opgenomen?

2.       Waarom wijst u, overeenkomstig de visie gemeente Pijnacker-Nootdorp die de groene omgeving in ons dichtbevolkte Zuid Holland een belangrijke kernwaarde beschouwen, niet bij voorbaat plaatsing van dergelijk grote windturbines in of nabij natuur-/groen-/recreatiegebieden van de hand?

3.       Welke geluidscriteria wilt u gaan hanteren voor de mate van (over)last? Is het u bekend dat de geluidsbelasting door windturbines een bijzondere karakteristiek heeft en niet zonder meer past binnen de gangbare wettelijke normen? Bent u bereid hiervoor zwaardere (wetenschappelijk onderbouwde) normen te hanteren die ook recht doen aan ervaringen elders in Nederland (bijv. Maastricht Lanakerveld) en daarbuiten (bijv. Denemarken?)

4.       Bent u bereid om locatiespecifieke afwegingen zoals de invloed op de recreatieve belevingswaarde, de daaraan verbonden impliciete impact voor de gezondheid , de nadelen voor de woonkwaliteit, de invloed op de tuindersbedrijven e.d. in de criteria van het planMER mee te nemen? Zo nee, waarom niet.

Vigerend beleid: VRM en windenergie
In de Verordening Ruimte en Mobiliteit (VRM, juli 2014) is opgenomen dat “de eisen vanuit windenergie en de voorwaarden vanuit landschap en ruimtelijke kwaliteit afgewogen en met elkaar in balans gebracht. Gebieden die vanuit landschappelijk, cultuurhistorisch, ecologisch of recreatief oogpunt kwetsbaar zijn, worden uitgesloten. Mede door de hoogte van moderne windturbines en daarmee gepaard gaande ruimtelijke invloed is het van belang om zoveel mogelijk in te zetten op concentratie in geschikte gebieden en versnippering over de hele provincie te voorkomen”.
Volledig terecht was er bij de zorgvuldige afweging bij het opstellen van de VRM deze locatie niet opgenomen omdat die niet aan de gehanteerde criteria en uitgangspunten voldeed. En dan nu opeens wel? Ook vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit, een belangrijk begrip in de VRM, is het daarom volkomen begrijpelijk dat de Balij niet is aangemerkt als locatie voor die grote windturbines.

Tot medio vorig jaar was er nog geen sprake van windturbines buiten de aangeven gebieden van de VRM en nu komt u met dergelijke ingrijpende keuzes.

Met het onderhavige voorstel maakt u inbreuk op de eisen van een voorspelbare overheid.

In de VRM speelt de ruimtelijke kwaliteit een belangrijke rol. Tot dusver zijn mij geen situaties bekend waarin windturbines van 150 tot175 meter hoogte een bijdrage hebben geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit. Nee, alom is waarneembaar dat zij er juist afbreuk aan doen.

In dat kader bevreemdt het mij dat u, voor zover mij bekend, de gemeente Zoetermeer, met de meest dichtstbijzijnde woonwijk, niet in deze uw informatieverschaffing actief heeft betrokken.

Voor de provincie is betrokkenheid van de omgeving en belanghebbenden bij windprojecten evident, maar dat vertaalt zich vervolgens niet in het echt luisteren naar de afgeven zeer eenduidige boodschap: ‘Geen grote windturbines in natuur en recreatiegebied ‘de Balij’.

Vragen:

1.       Waarom wijzigt u nagenoeg binnen een jaar uw opvatting uit het VRM dat de Balij niet geschikt is voor de plaatsing van windturbines?

2.       Gelden de overwegingen en feiten die bij het vaststellen van de VRM zijn gebruikt nu opeens niet meer? Zo ja, waarom wel? Zo nee, waarom niet?

3.       Bent u het met mij eens dat door dergelijk snelle forse wijzigingen sprake is van “rukwinden”-beleid hetgeen het beeld van een onvoorspelbare en mogelijk onbetrouwbare overheid slechts versterkt? Zo nee, waarom niet?

4.       Door uw voorstel doet u onder meer afbreuk aan een betrouwbare en  voorspelbare overheid. Kunt u aangeven wat u gaat doen om het vertrouwen van de burger terug te winnen?

5.       Kunt u aangeven op welke wijze windturbines van 150 tot 175meter hoogte in de Balij bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied?

Samenvattend

Het gedrag van GS in komt op mij als burger over als zeer eenzijdig bestuurlijk gedrag en draagt door haar ogenschijnlijk rituele opzet eraan bij dat het vertrouwen in het provinciaal bestuur afneemt en de kloof tussen politiek en burger nog verder toeneemt. De doorwerking van deze kloof reikt verder dan bij dit onderwerp alleen.

Daarbij is op onvoldoende wijze aangegeven van welk afwegingskader is uitgegaan om tot de voorliggende voorstellen te komen.

Een ontwikkeling die ik ten zeerste betreur en die ook nooit uw bedoeling kan en mag zijn. Ik wil u daarom verzoeken om de locatie Balij niet langer in beschouwing te nemen als locatie waar het planMER zich op richt teneinde te onderzoeken of plaatsing daar mogelijk is.

Alleen zo doet u recht aan de opvatting van de inwoners van de gemeente Pijnacker-Nootdorp, neemt u de gemeenteraad van deze gemeente serieus en draagt u bij aan een herstel van het vertrouwen in een betrouwbare overheid en zorgt u ervoor dat de kloof tussen burger en bestuur in ieder geval niet verder toeneemt.

=============== ======  einde tekst lange versie zienswijze  planMER  ===========

 

Zienswijze op ontwerp Visie Duurzame Energie en Uitvoeringsprogramma 2016-2018.
De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft haar ontwerp ‘
Thematische Structuurvisie Duurzame energie en energie neutraliteit, alsmede het bijbehorende Uitvoeringsprogramma 2016-2018’ , begin juli j.l. voor commentaar vrijgegeven tot 23 september 2015. Wij denken dat een dergelijke Visie en Plan zeer belangrijk zijn voor onze gemeente. Dat vereist wel dat het gedegen van opzet is en in haar keuzes acceptabel voor de inwoners waardoor het een breed draagvlak verdient.
De huidige ontwerp stukken behoeven daartoe nog wel een aantal verbeteringen. Het is belangrijk dat inwoners en organisaties aan de gemeente kenbaar maken hoe zij tegen het voorliggende ontwerp aankijken en helder duiden welke verbeteringen daarin moeten worden aangebracht. We voorkomen daarmee dat we met elkaar aan de slag gaan met een nog te vage Visie en een Uitvoeringsplan met onvoldoende prioriteiten, keuzes of focus. Daar zijn we als inwoners en organisaties niet mee gediend en het kost ons bovendien flink extra geld.

Onderstaand voorbeeld kan u helpen bij de opzet van uw zienswijze, die u fysiek of digitaal in kunt  dienen bij de gemeente PN voor 23 september 2015.
Op de website van de gemeente Pijnacker is aangegeven dat u een digitale zienswijze op de thematische structuurvisie kunt u indienen door het Formulier zienswijze thematische structuurvisie duurzame energie en energieneutraliteit in te vullen en een inspraakreactie op het uitvoeringsprogramma 2016-2018 door het Formulier inspraak concept uitvoeringsprogramma 2016-2018 in te vullen. (noot: dat moet toch ook te combineren zijn)

VOORBEELD Zienswijze op ontwerp visieThematische structuurvisie Duurzame energie en Uitvoeringsprogramma 2016-2018
voor commentaar vrijgegeven tot 23 september 2015.

===========================================================================================================

 

Aan:      het gemeentebestuur van Pijnacker-Nootdorp,

Postbus 1,

2640 AA Pijnacker

                             [woonplaats],[datum]


 

Betreft: zienswijze op ontwerp Structuurvisie Duurzame energie en Uitvoeringsplan 2016-2018

Geachte Gemeentebestuur,

Wij vinden het van groot belang dat onze gemeente een weloverwogen visie heeft op de overgang naar meer duurzame energie en beschikt over een effectief uitvoeringsplan dat een breed inwoner- en bedrijvendraagvlak heeft en dat ook verdient. Echter het voorliggende ontwerp visie duurzame energie en uitvoeringsplan 2016-2018 schiet op diverse punten ernstig te kort:

·         Het energie ambitiedoel ‘Pijnacker –Nootdorp in 2050 energie neutraal via lokale opwekking’ is onrealistisch en ondermijnt de overtuiging om er aan mee te werken.

·         In het uitvoeringsplan wordt aan de prioritering volgens de Quatro Energetica benadering:  1) energiereductie 2) groene energieopwekking lokaal 3) groene energie inkoop en 4) resterend fossiel per doelgroep (burgers, tuinders, overige bedrijven, gemeente) slechts incompleet en onvoldoende gemotiveerd inhoud gegeven.
Dit geldt zeker voor energie reductie en groene energie inkoop, terwijl daar wel diverse kansen en mogelijkheden liggen.

·         Nodig is (volgens het quatro energetica sjabloon) een heldere focus op hoofdzaken, door invulling met projecten per doelgroep die grote effect-potentie (= een grote duurzaamheid bijdrage) hebben. Dergelijke projecten moeten vooral ook in regionaal verband worden uitgevoerd in verband met potentie, samenhang, expertise en kosten (wij zijn geen eiland met eigen oplossingen). Nu lijkt het op een ongesorteerd brainstormlijstje van de gemeente zelf zonder prioriteiten en effectbepaling.

·         Een complete nulmeting van de energie situatie is nodig. Voor woningen is de informatie er wel, maar van de tuinbouw en overige bedrijven mist in feite nog alles, terwijl dat wel een vereiste is voor het zinvol kunnen prioriteren van de gemeentelijke inzet en ook het effectief aanspreken op/betrekken van de doelgroepen daarbij. Niet duidelijk is verder waar de gemeente op kan worden aangesproken en waar anderen.

·         Een projectformulering die SMART is, inclusief een bijpassend monitoring- en bestuurssysteem zijn vanaf het begin nodig om doelgericht en effectief te besturen. Budgetten moeten daarbij transparant en compleet zijn (geen verborgen of blinde potjes) en worden bewaakt op doelgerichtheid en doelmatigheid via periodieke beoordeling door ondermeer de gemeenteraad.  Innovaties en andere factoren kunnen eveneens leiden tot aanpassing.

·         Gedragsaandacht (zoals voor het duurzaam handelen bij aankoop, het gebruik en hergebruik, minder verkwisting, etc.) ontbreekt volledig in het document. Bij bedrijven speelt ook nog de verandering in de waardeketen en het vervoer een rol in welke keuzes vanuit duurzaamheid optiek optimaal en haalbaar zijn.

Wat verder op valt in het uitvoeringsplan is het vermelden van een project ‘Meer ruimte voor middelgrote windturbines voor de tuinbouw’ zonder nadere toelichting of randvoorwaarden. De indruk ontstaat zo dat bestuurlijk niets is geleerd van het eerdere traject waarbij geld en tijd van de gemeente en vele anderen is verkwist om tenslotte te komen tot het unanieme raadsbesluit in 2014: ‘geen grote windturbines in onze gemeente’.
Eerder is door de Raad gevraagd om ‘de mogelijkheden, wenselijkheid en haalbaarheid van middelgrote windturbines (tot 60m hoogte)’ na te gaan. Deze vraag moet echter eerst democratisch verantwoord worden behandeld voordat er ruimte kan zijn voor een project ‘meer ruimte voor middelgrote windturbines voor de tuinbouw’.

Om te voorkomen dat we weer in een onzuiver en onacceptabel traject terechtkomen, zonder uitzicht op draagvlak bij de inwoners, moeten we daarbij een aantal essentiële locale criteria en randvoorwaarden vooraf vastleggen ter bescherming van de kwaliteit van het leefklimaat, tegen de verrommeling van onze kwetsbare en dichtbevolkte omgeving en ook van ons persoonlijk- of bedrijfsbezit:

1.     Maximaal 500kW en 60 m tiphoogte, uitgaande van moderne windturbines (geen afdankertjes van elders hier herplaatsen) en altijd adequaat en professioneel beheer

2.     Plaatsing buiten natuur- en recreatiegebieden op een afstand van minimaal 5* tiphoogte

3.     Plaatsing op een woningafstand van minimaal 10* tiphoogte

4.     Structureringseisen vooraf tegen het ontstaan van grotere clusters middelgrote windturbines. Dit ter voorkoming van‘een grote dynamische gehaktmolen die visueel dag en nacht verstoort tot in de wijde omgeving’.

5.     Planschade en bijkomende kosten voor burgers, bedrijven, gemeente komen altijd en volledig voor rekening van de initiatiefnemer(s) tot plaatsing op de aanvaarde locaties. Bedrijfsschade omvat ook de veroorzaakte beperkingen (vb.: geen uitbreiding van een tuinbouwkas is meer mogelijk nabij een windturbine van de buurman om veiligheid of andere redenen).

6.     De looptijd voor een vergunning is 15 jaar. Dit expliciet zonder recht op verlenging en/of vervanging en inclusief een afdwingbare tijdige afbreek- (inclusief fundering) en omgeving herstelplicht door en op kosten van de eigenaar van terrein en/of windturbine.

Er zijn nog diverse andere aandachtspunten volgens de NLVOW (Nederlandse Vereniging van Omwonenden van Windturbines, want ‘door schade en schande wordt men wijs’.

Bekend is verder dat deskundigen twijfelen aan het duurzaamheidnut van middelgrote windturbines (de bijdrage is te klein en het is niet zo efficiënt). Dit naast de nadelige backup effecten (extra kosten en extra CO2 uitstoot) in de energiecentrales door de onvoorspelbaar wisselende windturbine belasting, waardoor bereikte voordelen weer teniet worden gedaan.

Wij rekenen erop dat u ernst maakt met uw wens tot ‘het daadwerkelijk luisteren naar de inwoner inbreng’ en dit vervolgens verwerkt in de ‘definitieve Visie en Uitvoeringsplan duurzame energie PN’.

Hoogachtend,

[afzender], [adres] en [woonplaats]

[Bereikbaarheid telefoon] en [Bereikbaarheid e-mail]


===================================================================================================
(einde voorbeeld zienswijze)  

Zienswijzen indienen op ontwerp Ruimtelijke Stuctuurvisie en MER 2013  (EERDER AFGEHANDELD)

De Gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft herfst 2013 een ontwerp Ruimtelijke Structuurvisie en MER gedurende 6 weken ter visie gelegd. Daarin worden onverkort de opstelplaatsen voor windturbines volgens het GreenSpread locatieonderzoek overgenomen.  In de ontwerp Structuurvisie knutselt de gemeente met de MER resultaten om de negatieve effecten van windturbines te verdoezelen.  De gemeente wil  binnenkort met de Provincie Zuid Holland in overleg treden om ontheffing op het verbod in de Provinciale Structuurvisie van januari 2013 te krijgen voor windturbines op haar grondgebied. Geen enkele van de stevig onderbouwde reacties van advies organisaties of burger initiatieven in de afgelopen jaren wordt genoemd, laat staan de inhoud ervan  meegenomen of meegewogen door de gemeente PN. Wel wordt het tuinder initiatief om windturbines langs de N470 te bouwen expliciet genoemd. Het is nu aan de burgers en de Raad om de gemeente PN alsnog op het rechte spoor te zetten.

Het is daarom belangrijk dat ook vele burgers hun zienswijzen op dit belangrijke beleidsthema indienen binnen de maximale termijn van 6 weken na 7 november 2013. Om u alvast wat op weg te helpen en uw inspanningen zo efficiënt mogelijk te laten zijn hebben wij een voorbeeld van een in te dienen zienswijze gemaakt.
Voor vragen hierover en de erna vermelde lijst van argumenten kunt u altijd contact opnemen met ‘het Platform Duurzaam kan zoveel Beter’,
te bereiken via email:  
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
U kunt uw zienswijze per post verzenden, maar het is ook mogelijk om dat digitaal te doen via de site van de gemeente Pijnacker-Nootdorp
 Let op: deze digitale inbox heeft  in het verleden zienswijze inzendingen gemist en is daarom recent aangepast, waardoor je eenduidig  4 stappen moet doorlopen. Je krijgt vervolgens automatisch direct een bevestiging per email. Gebeurt dit niet dan is het misgegaan en niets ontvangen /verwerkt bij de gemeente.  Eventueel kunt u dan ook Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  benutten, maar ook dan bewaken dat u binnen enkele dagen een ontvangstbevestiging terug krijgt.

 

 

VOORBEELD ZIENSWIJZE:                                                                                                            Dit ingevulde format is beschikbaar als Word document om te downloaden

===========================================================================================================

 

Aan:      de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp,

Postbus 1,

2640 AA Pijnacker

                             [woonplaats],[datum]


 

Betreft: zienswijze op ontwerp Structuurvisie m.b.t. locaties voor windturbines

Geachte Gemeenteraad,

Vooraf wil ik aangeven dat ik duurzame vormen van energieopwekking zonder meer ondersteun, dus ook windenergie waar dat passend en zinvol is. Ik ben te gelijkertijd echter van mening dat zeer goed gekeken moet worden naar de effecten daarvan op lokaal niveau met uitstraling op onder meer de leefbaarheid en behoud van relevante (natuur)waarden.
Alleen met de oogkleppen op één willekeurige vorm van duurzame energie omarmen en implementeren omdat “je met de tijd mee moet gaan” of “omdat het goed is voor het milieu, dus het moet kunnen” gaat mij te ver.

In de voorliggende ontwerp Structuurvisie van onze gemeente ten aanzien van de locatiekeuzes waar mogelijk windturbines tot 150 meter hoog kunnen worden geplaatst is uitgegaan van 300 meter afstand tot bewoonde bebouwing. Uit ervaringen elders in Nederland blijkt echter dat een aanzienlijke overlast voor omwonenden op afstanden tot wel 1500 meter (een normafstand die internationaal gangbaar is) geen uitzondering is. In het plan zoals dat nu in de structuurvisie is opgenomen wordt volgens mij veel te gemakkelijk over de lokale nadelen (zoals geluid- en lichthinder met daaraan gekoppelde kans op gezondheidsklachten, dalende WOZ-waarde, afnemende verhuur- en verkoopbaarheid van onroerend goed, afbreuk van sociale cohesie, afbreuk aan de groene kernkwaliteiten van onze gemeente, afnemend rendement als gevolg van stilstand maatregelen) van windturbines heengestapt.

Daarom verzoek ik u de ontwerp Structuurvisie en MER aan te passen door:
-  het onderwerp locaties voor windturbines geheel eruit te verwijderen, dan wel
- het locatieonderzoek voor windturbines aan te passen met deze drie relevante criteria:

1.       Een afstand tot bewoonde bebouwing van 1500 meter,

2.       Het vrijwaren van gebieden met groen- en/of natuurbestemming voor de plaatsing van windturbines en tevens daarbij een afstand van de begrenzing te houden van tenminste 5 maal de windturbine(tip)hoogte.

3.       WOZ-waarde schade voorkomen. Daar waar in Nederland en elders al windturbines zijn geplaatst zien we dat makelaars, rechters en ook gemeenten dit financiële schade effect erkennen: waardedaling, onroerend goed wordt voor een lagere prijs verkocht en de verkoopbaarheid en verhuurbaarheid nemen sterk af (N.B.: Dit was twee jaar geleden voor de gemeenteraad de reden om af te zien van een windturbine op het bedrijventerrein Heron!).  Onze gemeente PN is zelf verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op de gevolgen van haar Windturbine Locatieplan voor WOZ effecten en woningwaarde daling.
Het betekent ook langdurige en emotioneel moeilijke trajecten voor burgers die hier het slachtoffer van zijn en moeten procederen om hun recht te halen. Maar een compensatie van de waardedaling, die altijd slechts een gedeeltelijke financiële schadeloosstelling zal zijn, is alleen een pleister op de wonde. Daarmee krijg je een prettig leefklimaat en een mooie natuurlijke omgeving niet terug en behoud je de dagelijkse irritaties tot in lengte van jaren
.


Ik vertrouw er op dat de gemeenteraad in haar overwegingen en besluitvorming bovenstaande argumenten op zorgvuldige wijze meeneemt door aanpassing van de ontwerp Structuurvisie.

Hoogachtend,

 

[afzender], [adres] en [woonplaats]

[Bereikbaarheid telefoon] en [Bereikbaarheid e-mail]


===================================================================================================
(einde voorbeeld zienswijze)   Dit ingevulde format is beschikbaar als Word document om te downloaden

 

U kunt ook meer lezen in  ons Persbericht  en  de Zienswijze van het Platform op ontwerp Structuurvisie en MER over beleid windturbines.
Hierna volgt een lijst met argumenten (1-16) waar naar uw eigen inzicht vrijelijk uit kunt putten. Men kan de argumenten qua bereik nader indelen in
a) lokale:  1,2, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 11, 13, 14  b) nationale:  7, 12, 14, 15, 16 en c) gemengd lokaal/nationale:  7, 14, 15, 16.
Door de argumenten uit deze lijst  geheel of ten dele, al dan niet bewerkt,  over te nemen geeft u op een deugdelijk gemotiveerde wijze  een persoonlijke inkleuring en accent aan uw zienswijze. Invoeging in de eerdere voorbeeld tekst  kan eenvoudig plaatsvinden als ‘ Nadere argumentatie:’  … , dit voorafgaand aan de vermelde slot alinea met voorstel (=
Daarom verzoek ik u de ontwerp Structuurvisie en MER aan te passen door, etc.).


 1.       Onvoldoende draagvlak onder de inwoners van onze gemeente, de omwonenden en/of inwoners die grote waarde hechten aan rust, ruimte en recreatie. Het is mijns inziens  voldoende aangetoond dat er in ieder geval geen draagvlak is voor dit plan bij een groot aantal direct betrokken omwonenden voor de locaties langs de N470. Ik vind het dan ook verbazingwekkend dat een petitie van ruim 1400 handtekeningen in mei 2012 door bewoners uit Delfgauw op geen enkele wijze is verwerkt in de ontwerp-structuurvisie, noch dat deze grote groep inwoners op enigerlei wijze een reactie van het gemeentebestuur heeft ontvangen op deze petitie.
Ook de aantasting van de gebieden met een groen- en/of natuurbestemming door het mogelijk te maken daar windturbines van 150 meter hoog te plaatsen is geheel in strijd met de uitvoerige inventarisatie van voorkeuren van de inwoners van onze gemeente in het kader van de toekomstvisie van vorig jaar juni. Windturbinelocaties dienen daar minimaal 5 maal de turbine(tip)hoogte van verwijderd te blijven.

2.       Keuze voor windturbine-locaties en provinciaal beleid. U heeft zich als Raad in het verleden uitgesproken tegen plaatsing van een windturbine op het bedrijventerrein Heron vanuit bedrijfseconomische motieven voor de exploitatie van het bedrijventerrein, omdat u aangetoond achtte dat bedrijven in het geheel niet zitten te springen om een windturbine op korte afstand van hun locatie. En dat ondanks het feit dat het provinciaal niveau juist deze locatie als mogelijkheid had aangeduid.
Inmiddels is op provinciaal niveau een veel duidelijker beleid inzake windturbines vastgesteld begin 2013. Daarin gaat men uit van concentratiegebieden zoals langs waterwegen als het Hollands Diep. Versnippering van windturbines over onze dichtbevolkte Provincie wordt bewust voorkomen om landschap te ontzien en ruimtelijke kwaliteit te bewaren. Onze gemeente komt daarom terecht niet voor in de gebieden waar de provincie zich op richt.
Dan is het toch op zijn minst bestuurlijk bijzonder vreemd te noemen dat de gemeente PN, terwijl de provincie dat niet wenst, na lang dralen en stilzwijgen alsnog met een voorstel komt waarin het mogelijk wordt gemaakt de belangen van vele omwonenden van de aangeduide locaties te negeren en de (over)lasten op een grote groep burgers af te wentelen? Tellen dan alleen maar de bedrijfseconomische overwegingen van de gemeente of (tuinbouw)ondernemers en niet de leefbaarheid aspecten van de burgers? En dat terwijl het welbevinden van de burgers toch juist voorop zou moeten staan.

3.       Tegengestelde belangen. Bij vrijwel elke windturbinelocatie is er in dit dicht bevolkte deel van Nederland sprake van tegengestelde belangen. Aan de ene kant is er een investeerder (of groep investeerders) die mogelijk verduurzaming nastreeft maar tevens economisch voordeel denkt te kunnen behalen via subsidies. Tevens kan een windturbine bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheid doelen. Daarvan is mij in onze gemeente overigens niet aangetoond dat dat wezenlijk het geval zou kunnen zijn, mede in vergelijking met alternatieven.
Aan de andere kant is er echter een grote groep mensen die vooral de nadelen ervaart in de vorm van geluidshinder, daling van woningwaarde, schaduwwerking, horizonvervuiling, afbreuk aan natuurwaarden en de kernkwaliteiten van onze gemeente als rust, ruimte en recreëren. De aard en omvang van deze belangentegenstelling kan het karakter van een splijtzwam in de gemeente aannemen. Dat moeten we niet willen. We moeten onze aandacht richten op versterking van sociale cohesie, niet op de afbraak ervan. Er moet vertrouwen komen in de lokale besluitvorming waarin de belangen en de voorkeuren van vele burgers worden meegewogen, zoals we vorig jaar in de Toekomstvisie hebben vastgesteld.

4.       Twijfel aan mate van transparantie en democratisch gehalte van het proces.

§  Op geen enkele wijze is de keuze voor windturbines in vigerend gemeentelijke beleid onderbouwd (betreft het aspect “wenselijkheid”). Er is bijvoorbeeld geen afweging gemaakt tussen aard, omvang,“make or buy” Ook wordt de potentie tot energiebesparing en beperking in de Structuurvisie niet behandeld, noch in verband gebracht met de diverse duurzame energie productie mogelijkheden.
Waarom zo halsstarrig aan een oplossingsrichting vasthouden als die niet echt past in de ruimtelijke ordeningskarakteristieken van onze gemeente en de doelstellingen die we in de Toekomstvisie hebben vastgelegd.
Het zou evenwel zo kunnen zijn, het tegendeel is namelijk niet aangetoond door het tot nu toe ontbreken van de vereiste transparantie , dat de prikkel om locaties voor windturbines te vinden vooral voortkomt uit een plan van een aantal tuinders langs de N470 om bij hun bedrijven windturbines te willen plaatsen. Door windturbines op hun grond te willen plaatsen doen zij aanspraak op enorme financiële door de overheid beschikbaar gestelde subsidies waardoor zij gemakkelijk bedrijfseconomisch rendement halen. Daaraan dragen wij als inwoners via belastingen bij en wordt een groot aantal inwoners die in de directe omgeving van dergelijke windturbines woont geconfronteerd met de overlast die daaraan verbonden is. Door in de locatiestudie alleen naar (de internationaal achterhaalde) Nederlandse wettelijke normen te kijken (het bezien van de “wettelijke mogelijkheid”) kan men zich verschuilen achter het duidelijk innemen van een concreet en gevoelig standpunt met betrekking tot de “wenselijkheid” dat in het kader van de komende gemeentelijke verkiezingen tot stemmenverlies zou kunnen leiden. Het kan toch niet zo zijn dat het geldelijk gewin van een enkeling mag leiden tot een geluids- en uitzichtoverlast en financiële nadelen voor velen? Deze financiële nadelen zouden misschien nog (deels) gecompenseerd kunnen worden (maar door wie eigenlijk en via welk slopend proces??), maar die zullen de overlast en irritaties nooit kunnen wegnemen! Vertrouwen in bestuur wordt meer: wantrouwen.

 §  Op 5 maart 2013 is een “openbare interactieve thema-bijeenkomst” gehouden. Deze openbare bijeenkomst had ten doel “opvattingen en andere relevante informatie in kaart te brengen. Op deze thema-bijeenkomst zijn veel kritische kanttekeningen (onder meer over te hanteren afstanden om overlast voor omwonenden te beperken en het aanmerken van locaties in de groene gebieden) geplaatst bij het rapport “Locatie-onderzoek windenergie”. En ook: de schade aan de woningwaarde.
Tot mijn verbazing is er voor de gemeente geen enkele aanleiding geweest om ook maar iets te wijzigen! Zelfs  Prof Van Bussel, toch een fervent voorstander van windenergie, gaf een vuistregel voor de afstand van 5 maal de tophoogte. De voorzitter van het Nationaal Kritisch Platform Windenergie hield een gloedvol en wel onderbouwd betoog over de diverse schade effecten. Van deze kritische, maar blijkbaar niet-welgevallige, kanttekeningen is helemaal niets terug te vinden, omdat er geen aanpassingen zijn gedaan aan het rapport.
Het kan toch niet zo zijn dat een dergelijke avond alleen maar betekenis heeft als rituele dans en dat de (onwelgevallige?) inbreng van zo vele betrokkenen daarmee maar genegeerd kan worden?

 5.       Vigerend gemeentelijk beleid inzake welstand biedt geen aanknopingspunten voor 150 meter hoge windturbines of lager. In de welstandsnota die vanaf 30 oktober 2013 ter inzage ligt, zijn de navolgende uitgangspunten opgenomen:

§  “De duurzame glastuinbouwgebieden zijn reguliere welstandsgebieden. De kassen zelf zijn welstandsvrije objecten. Behoud van de oorspronkelijke structuurelementen en cultuurhistorische bebouwing is beleidsinzet, evenals het behouden van het karakteristieke profiel van de ontsluitingswegen. De beoordeling van de overige gebouwen als bijbehorende woningen en bedrijfsgebouwen is gericht op afwisseling en individualiteit, zorgvuldige detaillering en traditioneel materiaal- en kleurgebruik.”

§  ”Voor het buitengebied, met de kleinschalige, zorgvuldig ingepaste bebouwing en de sport- en recreatieterreinen, geldt een regulier welstandsregime. Bij de beoordeling van plannen zal met name worden gelet op een zorgvuldige detaillering en een overwegend traditioneel kleur- en materiaalgebruik. Ook de doorzichten en de transparantie naar het achterliggende landschap dienen behouden te blijven. Bij de beoordeling van sport- en recreatieterreinen en het parkeerterrein Ruyven zal worden gelet op een terughoudende architectuur, zorgvuldige materialisatie en landschappelijke inpassing.”

Het kan toch niet zo zijn dat deze welstandscriteria niet van toepassing zijn op windturbines van 150 meter hoog?

6.       Vigerend gemeentelijk beleid op het gebied van hoogbouw gaat uit van een gebouw met een maximum van 2, 5 maal de modale (= de meest voorkomende) hoogte in de omgeving. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de in de definitie opgenomen term “gebouw” voor bijvoorbeeld de gemeente Utrecht, in het kader van plannen om tot plaatsing van windturbines op het industrieterrein Lage Weide over te gaan, is om het standpunt in te nemen dat windturbines niet vallen onder de regels voor hoogbouw. Laten wij hopelijk in onze gemeente niet een dergelijke tekstuele (juridische) spitsvondigheid gebruiken in onze discussie over de visuele en ruimtelijke invloed van windturbines op de omgeving!.

7.       Wettelijke normen. Bij het bepalen van de locaties voor windturbines is een aantal wettelijke criteria gehanteerd waarbij het meest bepalend is: “windturbines verrijzen niet binnen een straal van 300 meter rond gebouwen met een woonfunctie, in verband met geluidsoverlast en van slagschaduw”.
We weten allemaal dat deze wetgeving achterloopt bij de praktijk van alledag. Praktische ervaringen van significante geluids- en slagschaduwoverlast van bewoners in de directe omgeving van windturbines in bijvoorbeeld Houten en Heerhugowaard geven aan dat deze afstand veel te gering is. Dat hier voor een groot aantal mensen gezondheidsklachten en een forse inbreuk op de leefbaarheid uit voort kunnen komen, blijkt wel in de praktijk uit de ervaring van direct omwonenden, maar wordt op papier (zelfs ook in deze ontwerp-structuurvisie) gebagatelliseerd dan wel genegeerd. Uit onderzoek onder omwonenden in het buitenland weten we dat de plaatsing van windturbines kan leiden tot een reeks van ziektes zoals hartritmestoornissen, evenwichtsorgaanproblemen, slaaptekort, duizeligheid, visuele vervaging. Een belangrijke oorzaak is de combinatie van geluidsniveau en laag frequent geluid. In Denemarken is daarvoor zelfs een speciale norm ontwikkeld, omdat blijkt dat een deel van de bevolking zeer gevoelig hiervoor is. De gemeente Maastricht heeft de Deense expertise gebruikt  bij de beoordeling van een lokaal windturbine project, wat vervolgens is  afgewezen.
Volgens de internationaal bekende geluidsdeskundige Nissenbaum wordt het geluid van windturbines flink onderschat en verkeerd gemeten. “De instrumenten die nu worden gebruikt, meten niet het specifieke laagfrequent geluid dat zo herkenbaar is voor windmolens. Overheden zouden ook aanmerkelijk beter moeten luisteren naar burgers. Als dertig van de honderd omwonenden zeggen dat ze écht last hebben van windturbines, waarom zou je dan zeggen dat zij overdrijven of er aan moeten wennen?”
Volgens Nissenbaum is het geluid van windmolens heel anders dan het geluid in drukke steden of langs snelwegen. “Door het constante gezoef is het moeilijker te wennen aan windmolengeluid dan aan, bijvoorbeeld, een drukke spoorweg.” Volgens Nissenbaum zou de minimale afstand tussen huizen en windturbines 1500 meter moeten zijn en ook pleit hij voor een stilstandregeling in de nacht en op momenten dat het hard waait. Maar er geldt natuurlijk: hoe harder het waait, hoe meer energie, hoe meer inkomsten voor de exploitant…
De Nederlandse geluidsnormen houden geen rekening met dit laagfrequente geluid en zijn gemiddelden over een lange periode, dus ook de 0,0 dB op windstille dagen en uren wordt meegenomen. Dit alles terwijl bewoners alleen last hebben op momenten dat er wel wind staat. Gemiddelde waarden zijn niet te gebruiken, u als gemeenteraad moet voeling houden met de praktijk ervaringen gebruiken en die zijn er voldoende! Met de ervaring van onder meer de Gemeente Houten en Heerhugowaard beschikbaar moet men toch niet steeds weer opnieuw het vierkante wiel gaan uitvinden…… Het is voor niemand zijn/haar gezondheid waard om tot plaatsing over te gaan op een afstand van minder dan 1500 meter van bewoonde bebouwing!
Waarom niet de regels van de EU gebruiken als het om plaatsing gaat van windturbines!? Het plaatsen van windturbines moet buiten een straal van 1.500 meter liggen. Binnen deze 1.500 meter mogen er géén woningen en/of gebouwen aanwezig zijn.

Ook internationaal worden afstanden gehanteerd die met 1500 meter en verder beduidend hoger zijn dan 300 meter die in onderhavige studie is gehanteerd. Dat is toch ook niet voor niets?(N.B.: de Arhus-conventie bepleit een minimum hinderafstand van 2000 meter). Voorts kunnen windturbine-installaties een gevaar voor de veiligheid vormen bijvoorbeeld als gevolg van ijsafzetting, brand, afbrekende rotorbladen en omvallen. Mede om die redenen is ook een grotere afstand dan 300 meter gewenst van plaatsen waar mensen zich op kunnen houden en verblijven.
Daarnaast bestaat gerede zorg over afnemende verkoopbaarheid van woningen en de onder meer op basis van jurisprudentie vastgestelde daling van de WOZ-waarde tot wel 30-50% voor woningen tot een afstand van 2,5 km. Dat is een forse schadepost voor omwonenden waar ze ook nog overlast voor terugkrijgen!
Evenmin is in het rapport aandacht besteed aan reeds bestaande overlast en/of geluidsbelasting, zodat ook het cumulatieve effect van de geluidsoverlast veronachtzaamd is.
Kortom de gehanteerde norm van 300 meter afstand is absoluut ontoereikend en leidt ertoe dat de financiële voordelen van windturbines ten goede komen aan de goed gesubsidieerde eigenaar van de windturbine, terwijl de forse overlast wordt afgewenteld op omwonende burgers en de burgers in de wijde regio die wensen te genieten van rust, ruimte en recreëren. Ook zal het kiezen voor de afstand van slechts 300 meter leiden tot een forse maatschappelijke onrust en verlies in vertrouwen in het lokale bestuur. Sommige politici  leggen (als pleister op de wonde)  de nadruk op de mogelijkheid om “planschade” te claimen  als gevolg van de vermindering van de waarde van de eigen woning om daarmee de overlast acceptabel te maken. Maar dat gaat volledig voorbij aan het feit dat geld de geluids- en licht/schaduwoverlast niet volledig kan compenseren of dragelijk maken. Overlast laat zich niet op deze wijze afkopen, die blijft bestaan.

8.       Relatie met “Toekomstvisie P-N 2040”. In de voorliggende ontwerp-structuurvisie (pag 22) staat vermeld: ”P-N wil in de regio met het groene buitengebied meerwaarde geven. In de Toekomstvisie is er daarom voor gekozen om het groene buitengebied voorop te stellen als belangrijkste onderscheidende kwaliteit en de recreatieve gebruiksfunctie verder vorm te geven. Het beoogde resultaat in de Toekomstvisie is één groen recreatief buitengebied als deel van een regionaal geheel.”
Aan de Toekomstvisie liggen belangrijke basisgedachten over de leefbaarheid van de gemeente Pijnacker-Nootdorp ten grondslag: een ruim opgezette gemeente met veel aandacht voor leefbaarheid en natuur, groen en recreatie. Onze gemeenschap heeft geen behoefte aan beleid dat een sociale splijtzwam betekent, omdat het de onvermijdelijke nadelige effecten van windturbines die op slechts 300 meter van bewoonde gebouwen komen en waarvan de financiële voordelen slechts aan enkelen toekomen, afwentelt op de lokale gemeenschap. Voorts staat plaatsing van windturbines in de groene zones van onze gemeente haaks op de uitgangspunten die in de Toekomstvisie zijn vastgesteld. Daarin hecht de gemeente Pijnacker-Nootdorp zeer aan de kernwaarden open landschap, groene natuur, recreatie, ruimte en rust, die in onze drukke Randstad van wezenlijk belang zijn op een goed kwalitatief niveau. Die waarden worden met voeten getreden als er windturbines in open landschappen geplaatst worden. Een forse horizonvervuiling treedt trouwens toch al op door de nieuwe bovengrondse hoogspanningsleiding aan de zuidkant van onze gemeente.
Een plaatselijk overlast producerende zeer grote mechanische installatie als een windturbine is,  moeten we dus niet willen plaatsen in die delen van onze gemeente waar we juist die kernwaarden van rust, ruimte en recreëren wensen te handhaven. Het is op zich vreemd dat op basis van een arbitrair criterium als 300 meter afstand van bebouwing wij nu wél zouden toestaan de fundamentele waarden van de groene zones in onze gemeente aan te tasten door daar windturbines te plaatsen, die overigens nog aanvullende grondinfrastructuur (weginfrastructuur, kabels, een enorme fundering en betonnen plateau van circa 50 x 50 meter aan de voet van de turbine) nodig hebben voor montage en onderhoud door buitenprofiel voertuigen en zware belasting. Bij de gehanteerde criteria mis ik daarom nog het criterium dat windturbines niet in en ook niet op een afstand van 5 maal de turbine(tip)hoogte in gebieden geplaatst worden die de bestemming natuur, groen en recreatie hebben. Ik pleit ervoor dat ook dit criterium alsnog aan het Greenspread-rapport wordt toegevoegd en erin verwerkt en daardoor de windturbinelocaties in de groene gebieden niet worden opgenomen in de structuurvisie.

9.       Ik ben voor duurzaamheid. Maar niet alles is gegeven lokale omstandigheden zinvol. Om te beginnen is dat een forse energiereductie bereiken door slimmere technieken te gebruiken of activiteiten niet hier maar elders te doen waar dit beter kan. De gemeente heeft voorts nagelaten alternatieven voor windturbines serieus te onderzoeken, denk aan zonnepanelen op daken van bedrijven of zonnepaneelvelden creëren in de zgn. transformatiegebieden waar de duurzame glastuinbouw onvoldoende kansen op continuïteit heeft. Het uitbreiden van aardwarmte over de woonwijken: hoe staat het daarmee?
En ook: investeren in duurzame energie elders kan veel slimmer zijn dan lokaal!
Windturbines raken in een dichtbevolkt gebied veel inwoners in hun leef-, en woongenot. Natuurlijk willen we allemaal goede en goedkope energie en natuurlijk willen niet afhankelijk blijven van buitenlandse energieleveranciers (zoals Rusland). Maar niet automatisch daarmee gekoppeld varianten accepteren die direct ten koste van ons woon- en leefgenot gaan. We leven in dichtbevolkt land waar ruimte schaars is, nu en in de toekomst. Laten we deze kostbare ruimte niet onleefbaar maken, dat is ook duurzaam handelen. Er zijn vriendelijker vormen van alternatieve energieopwekking mogelijk, die tevens meer rendement opleveren, zoals bijvoorbeeld aardwarmte, zonder daarbij kernkwaliteiten van onze gemeente aan te tasten en investeren in duurzame productie en energie elders.

10.   Tweespalt en onrust in de samenleving zou je juist moeten voorkomen. Je zou maatregelen moeten nemen die burgerschap en enthousiasme in lijn met Toekomstvisie bevorderen. Dus geen windturbines, maar zonnepanelen en aardwarmte! De sociale impact van zonnepanelen versus windmolens in een woonwijk zijn overigens in het onderzoek naar locaties voor windturbines in het geheel niet meegenomen.
Windmolens worden met zeer veel gemeenschapsgeld in de vorm van subsidie gerealiseerd en in bedrijf gehouden. Wat een grote groep bewoners daarvoor terugkrijgt is de komende decennia dag en nacht geluidsoverlast van de windmolens die veel te dicht op hun woonomgeving worden geplaatst. Deze overlast is zeer ernstig en ingrijpend, met name omdat het 24 uur per dag doorgaat. U hoeft naar deze voorbeelden van overlast overigens niet ver te zoeken, want bewoners van bijvoorbeeld de gemeente Houten, waar onlangs windmolens zijn geplaatst, en Heerhugowaard (Luna Windcomité en bewoners van de stad van de zon) kunnen u hierover informeren. Waarom zouden wij in P-N dezelfde fouten maken die gemeentebesturen in andere delen van Nederland? Waarom zouden wij de leefbaarheid voor veel van onze inwoners willen terugdringen alleen op basis van “wettelijke normen” waar we ons achter verschuilen? De vraag naar de wenselijkheid van windturbines, bijvoorbeeld in het kader van het beleid P-N Energieneutraal” moet eerst beantwoord worden, alvorens daarover locaties in de structuurvisie op te nemen.
Zal een klachtenprocedure bij teveel overlast uitkomst bieden? Daarbij is bijvoorbeeld geregeld dat de windmolens moeten worden stilgelegd als er gemiddelde geluidsnormen worden overtreden of slagschaduw ontstaat. Dat is heel nobel, maar blijkt in de praktijk totaal niet houdbaar. Dit betekent dat de bewoners constant de handhaving van de normen in de gaten zullen moeten houden, constant aan de bel moeten trekken als deze niet goed worden nageleefd en de eigenaar van de windturbine(s) en komende colleges steeds weer moeten herinneren aan gemaakte afspraken. En ik vrees dat de bewoners uiteindelijk aan het kortste eind zullen trekken. Door in te stemmen met de voorliggende locatiekeuzes uit het rapport Greenspread veroordeelt u de bewoners die overlast zullen ervaren de komende jaren zich op een negatieve manier in te zetten voor iets waar zij zich helemaal niet mee bezig willen houden. Daarbij komt dat voor woningen die zich binnen de geluids- of zichtzone van de molens bevinden een waardedaling zullen ondergaan. De plaatsing van zonnepanelen op woningen levert juist een waardestijging op. Ook de Raad heeft volgens mij liever dat ik en mijn buren onze vrije tijd aan zorg en hulp voor elkaar besteden, waardoor een krachtige en dynamische buurt ontstaat waar de mensen naar elkaar omzien en in elkaar willen investeren.
Ik ga er vanuit dat u als vertegenwoordiger van mij, ook in mij en mijn buren wilt investeren. Op een positieve manier, zonder overlast, zonder waardevermindering zonder veroordeling tot het in lengte van dagen controleren van geluid- en zichtnormen. Ik ga er vanuit dat u misschien juist aan een waardevermeerdering van onze huizen wilt meewerken, met een project waar we individueel voor kunnen kiezen (of niet). Waar niemand overlast van ondervindt, waar we gezamenlijk als overheid en burger in kunnen investeren en optrekken. Een goede subsidieregeling voor zonnepanelen levert u en ons als bewoners meer op dat u lief is!

11.    Als gemeente is uw primaire doel volgens mij dat u zich inzet voor een goede en prettige leefomgeving voor uw inwoners. De plaatsing van de windmolens heeft een grote impact op de omgeving, de tophoogte tot zelfs 150 m staat in geen enkele verhouding met de hoogte van de bebouwing in de onze polder omgeving. Duidelijk is dat daar waar windmolens binnen een straal van 1500 m worden geplaatst van woonhuizen dit een fors negatief effect heeft op woongenot, waarde, verkoopbaarheid en gezondheid. Er is bovendien een overschot aan energieproductie, zelfs duurzame. Kolencentrales en gascentrales staan stil of worden onderbenut omdat er geen voldoende vraag is, landen als Denemarken, Duitsland en Polen kunnen als het stevig waait hun duurzame elektriciteit alleen nog maar dumpen tegen een vergoeding. Welk belang wordt dan gediend bij het plaatsen van deze windmolens? Als we al een belang willen dienen dan zou ik zeggen: laten we ons niet opstellen als producent maar als bewuste afnemer en voor de komende jaren de focus leggen op het afnemen van groene stroom( als we een beetje over de gemeente grens heen durven denken dan maakt het niet zoveel uit waar deze groene stroom vandaan komt). Als bewuste afnemer zouden we ons dus liever moeten richten op het reduceren van het energieverbruik, dat levert veel meer op dan “duurzaam” produceren. Dat zelfde geldt overigens zeker voor de tuinbouw die bijna 60% van het energieverbruik van onze gemeente voor haar rekening neemt. En als alleen enkele tuinders ‘voorop lopen’ en de rest niet volgt dan is daar nog een flinke eerste stap voorwaarts te maken. Maar ook bij het woningenbestand in onze gemeente ligt er een duidelijke uitdaging om zuiniger te worden bij objecten met een lage EPC waarde (energie prestatie coëfficiënt).
Laten we vooral inzetten op zonnepanelen daar heeft niemand last van en wordt zeker niemand ziek van. Ook aardwarmte biedt naar mijn mening nog goede perspectieven.

12.    Achterhaalde technologie. Regeren is vooruitzien en een vooruitziende blik noopt soms tot terughoudendheid. Windenergie heeft allang afgedaan als 'de duurzame energiebron van de toekomst'. De kans is groot dat onze kinderen de beslissing om in de 21e eeuw nog windmolens te bouwen als een historische 'faux pas' in de geschiedenisboeken zullen schrijven. Oud-ministers Van der Ploeg en Vermeend, spraken zich onlangs uit tegen windmolenparken. Een letterlijk citaat van Vermeend en Van der Ploeg: "Vijf jaar geleden zag het er nog naar uit dat windenergie (vooral op zee) voor ons land aantrekkelijk zou zijn, maar alle recente voorspellingen en berekeningen wijzen nu uit dat zonne-energie de toekomst is. Door technologische vernieuwingen en een verlaging van de productiekosten zal zonnepanelenstroom in Nederland vóór 2020 opgewekt kunnen worden met een kostprijs per kWh die op hetzelfde niveau ligt als die van fossiele brandstoffen en veel lager dan wind op zee. Daarom ligt het voor de hand dat in een toekomstgericht energieakkoord zonne-energie de hoofdbron van onze duurzame energiehuishouding wordt". Het CPB ondersteunt deze gedachte in haar analyses.
Het opnemen van locaties voor windturbines in een dichtbevolkt gebied en tegelijkertijd de wens tot behoud van de kernwaarde van onze gemeente met “rust, ruimte en recreëren”, is mijns inziens nu al illustratief voor het onvermogen van bestuurders om adequaat mee te bewegen in snelle technologische en daaruit voortkomende maatschappelijke ontwikkelingen. De technologie snelt vooruit en levert het ene na het andere nieuwe alternatief voor de opwekking van duurzame energie met windturbines. Als we de ontwikkeling van duurzame energieopwekking vergelijken met een andere eigentijdse technologische ontwikkeling, die van de nieuwe media, dan is energieopwekking met windturbines waarschijnlijk het best vergelijkbaar met wat de DOS-computertaal is geweest voor de digitalisering van de samenleving. Ik denk dat het onverstandig is om voor de lange termijn te investeren in 'duurzame energie 1.0' als die technologie zich nu al tot in een veel verder stadium heeft doorontwikkeld.

13.    Duurzaam kan zoveel beter: duurzame energiebronnen kunnen op tal van manieren worden benut. Daarvoor hoef je het niet zelf te doen en kun je ook bijv. groene stroom kopen via energieleverancier. Nadelen van windturbines met verstorende effecten en overlast op de directe omgeving van de windturbine locatie worden daarmee vermeden, terwijl je evenveel als bij lokale opwekking bijdraagt aan de beoogde doelstelling van minder gebruik van energie opgewekt door energiecentrales die op fossiele energiebronnen draaien. .
Dat is vervolgens ook goed voor het draagvlak binnen gemeente en de sociale cohesie. Geen splijting in de gemeenschap omdat slechts enkelen, zoals bij de enkele tuinders het geval is langs de N470, de financiële baten ervan hebben en de overlast wordt afgewenteld op velen.
Er is ingeval zonnepanelen en aardwarmte:

geen geluidoverlast voor omwonenden en bedrijven;
geen inperking van de geluidruimte voor bedrijven;
geen gebruiksbeperkingen voor omliggende bedrijven en woningen;
geen schadelijke neveneffecten, zoals hiervoor genoemd onder "geen windmolens";
.  geen planschaderisico;
.   onafhankelijk onderzoek een grotere bijdrage aan de klimaatdoelstellingen;
.   geen invloed op landschap en ecologie en horizonvervuiling;
.   meer kansen voor innovatie;
geen gezondheidsklachten;
.   geen werkhinder en daardoor ziekteverzuim;
.   toegevoegde waarde voor de gebruikers en eigenaren van de panden, omdat hier sprake is van energieneutraliteit.
   Daarmee neemt de verhuur-/verkoopbaarheid van panden toe.

14.   Gebrek aan draagvlak in de samenleving vertaalt zich, zeker vlak voor verkiezingen, ook in gebrek aan politiek draagvlak in de raad. Ook dat is democratie.
Windenergie
Windmolens draaien op subsidie. Het is op zich niet slecht om onrendabele duurzame technologieën met overheidsgeld te verbeteren maar de windsector innoveert niet of nauwelijks. Grootschalig uitrollen van windturbines gaat het rendement niet verbeteren, maar wel de nadelen in omvang fors opschalen.
Windturbines leveren alleen stroom als het voldoende (maar ook weer niet te veel) waait. Dat betekent dat er altijd conventionele centrales klaar moeten staan om altijd in de continuïteit van de energiebehoefte te voorzien.
Er is ook geen acuut energieprobleem. Nederland heeft voldoende energie uit eigen bronnen en het buitenland om in alle rust duurzame productie in de energiemix te brengen. Duurzame energie moet bij voorkeur je dáár opwekken waar dat het beste kan. Voor windenergie heb je veel ruimte nodig en als je die ruimte hebt kun je daar het experiment aan gaan. Dat is per definitie niet midden in de stad of nabij woonwijken.
P-N heeft al helemaal geen energieprobleem maar op dit moment vooral een incomplete, inconsistente en onvoldragen toekomstvisie op dat gebied. Stroom is gewoon stroom en komt uit het stopcontact. Of het nu opgewekt is in een waterkrachtcentrale in Scandinavië, een kerncentrale in Frankrijk of een windpark in Duitsland of nog ergens anders.
Klimaat
De lokale productie van duurzame energie gaat het klimaat echt niet beïnvloeden. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat bij het uitvoeren van dit windplan wereldwijd of zelfs in Nederland plots veel minder CO2 geproduceerd zal worden. Het CO2 emmissie handelsysteem in Europa zorgt zelfs er voor dat de Nederlandse CO2 credits in Polen of andere oost-Europese landen extra zal worden verbruikt. Bovendien: door de strikt noodzakelijke standby functie van conventionele centrales voor windturbines wordt de CO2 uitstoot verhoogd.
Het Centraal Plan Bureau heeft op basis daarvan helder geconcludeerd dat er geen enkel effect te verwachten is van onze windprojecten op het klimaat.
De kosten
De windplannen zorgen voor een minder aantrekkelijke werk- en leefomgeving en dat vertaalt zich in dalende vastgoedprijzen van bedrijfspanden en woningen. Terecht is dat de grootste zorg van omwonenden die hun duurste bezit in waarde zien dalen zonder dat daar enige compensatie tegenover staat.
De alternatieven
Er is voldoende ruimte voor inwoners van onze gemeente om zelf energie op te wekken door middel van zonnepanelen. Iedere consument kan groene stroom bestellen bij GreenChoice, Eneco of Atoomstroom. Zelfs fans van windenergie kunnen participeren in windproductie op andere plekken en zo hun groene geweten afkopen. Het is een individuele keus van energieconsumenten om te kiezen voor –al dan niet zelf opgewekte- groene energie
of niet.

15. Geen zekerheid over reductie CO2-uitstoot. Voor- en tegenstanders van windenergie hebben mij helaas geen duidelijkheid verschaft of de plaatsing van een windturbine juist bijdraagt aan de CO2-uitstoot of die terugdringt. Omdat er geen zekerheid bestaat dat er wordt bijgedragen aan een reductie van de CO2-uitstoot vind ik op dit moment onvoldoende aanleiding om locatiekeuzes voor windturbines in onze gemeente te ondersteunen.

16.   Laagfrequent geluid. Ik maak mij grote zorgen over het zogenaamde laagfrequent geluid dat windturbines produceren. De Nederlandse wettelijke norm houdt daar niet of nauwelijks rekening mee, waardoor een belangrijke factor in de overlast wel wordt ervaren maar niet tijdig en afdoende in de theoretische modellen wordt onderkend.

Uit een rapport van de Deense universiteit van Aalborg heeft in 2012 in opdracht van de gemeenteraad van Maastricht een second opinion uitgevoerd voor wat betreft een nieuw op te richten windturbine park bij Maastricht. Uit dat rapport is gebleken dat het windturbine park Lanakerveld, dat overigens wel op basis van gangbare Nederlandse berekeningen aan de Nederlandse norm voldoet, ernstig tekort schiet als het gaat om de bescherming van omwonenden. Zowel de laagfrequent geluid aspecten als de Lden norm worden door deze wetenschappers bekritiseerd. Ik vind het tekenend voor de situatie dat op basis van deze conclusies de projectontwikkelaar niet bereid was om het project voort te zetten.

Wat is er aan de hand met laagfrequent geluid?
Geluid met aanzienlijke laagfrequente componenten heeft mogelijk meer effect op de gezondheid en het welzijn van de mens dan geluid waarin dergelijke componenten ontbreken. Bij lage frequenties neemt de luidheid sterker toe boven de gehoordrempel dan bij hogere frequenties. Daardoor kan een geluid dat de gehoordrempel niet ver overstijgt, toch als luid worden ervaren en zelfs als hinderlijk. Vanwege de natuurlijke spreiding in gehoordrempels van persoon tot persoon, kan een laagfrequent geluid dat voor sommigen onhoorbaar of zacht is, voor anderen luid en hinderlijk zijn.
Laagfrequent geluid is vooral hinderlijk wanneer het afzonderlijk voorkomt of met weinig geluid in hogere frequenties. Dit betekent dat het meestal binnen hinderlijker is dan buiten, aangezien de geluidsisolatie van een huis hoge frequenties sterker dempt dan lage. Ook is het 's avonds of 's nachts vaak hinderlijker, omdat het dan verder stil is.
Langdurige blootstelling aan hoorbaar laagfrequent geluid kan vermoeidheid, hoofdpijn, concentratieverlies, verstoorde nachtrust en fysiologische stress, meetbaar door een verhoogd cortisol gehalte in het speeksel, veroorzaken.

De in Nederland geldende geluidsgrenzen voor windturbines zijn gebaseerd op de dag-avond-nacht-methodiek, Lden, het jaargemiddelde(!) equivalente geluidsniveau. Deze methodiek is ontwikkeld om het verkeersgeluid met een typisch 24-uurspatroon, in één cijfer te vatten. Een dergelijk equivalent patroon bestaat echter niet voor windturbines, aangezien windturbines dag en nacht draaien, en achten de onderzoekers de Lden-norm dan ook ongeschikt om het windturbinegeluid weer te geven. De meeste klachten hebben betrekking op het windturbinegeluid in de avond en nacht. De Lden norm refereert echter ook aan een jaargemiddelde, waarbij in sommige nachten meer geluid mag worden geproduceerd indien in andere nachten het geluidsniveau weer lager ligt. Zo werkt het menselijk lichaam echter niet. Als je 's nachts door geluid wordt gewekt, heb je er niets aan wanneer later (morgen, na enkele dagen, wellicht pas na een week) nachten zullen volgen met weinig of geen geluidsoverlast. Naar onze overtuiging moeten grenzen gelden voor het werkelijke geluid dat in regelmatig voorkomende situaties optreedt."

Een specifiek probleem voor grote turbines is dat de reële windsnelheidsprofielen aanzienlijk variëren en vaak substantieel afwijken van het normaal aangehouden logaritmisch profiel. In een stabiele atmosfeer, zoals vaak 's nachts het geval is, kunnen er veel grotere verschillen ontstaan dan verwacht met hoge windsnelheden op turbinehoogte en weinig wind op grondniveau. Een grote variatie van windsnelheid ter hoogte van de rotor verhoogt de modulatie van het turbinegeluid, waardoor het normale "zoevende" geluid verandert in een hinderlijk "dreunend" impulsief geluid. Het effect is prominenter bij turbines met grote rotoren, waarbij de windsnelheid tussen de boven- en onderzijde van de rotor aanzienlijk kan verschillen (verwijzend naar het zgn. VandenBerg-effect). Dit effect wordt in geluidsmetingen vaak niet meegenomen, aangezien deze veelal overdag plaatsvinden, wanneer het logaritmisch profiel meer algemeen is.
Daarnaast geldt nog dat hoe hoger de turbine, hoe verder de overlast reikt.

De onderzoekers constateerden dat klagende omwonenden meewindomstandigheden niet expliciet noemen als de slechtste situatie. Er wordt soms meer hinder ervaren bij andere windrichtingen, wat kan worden verklaard door het richtingpatroon ('directional pattern') van de turbine in combinatie met de oriëntatie ten opzichte van de omwonenden.
Bij de berekening volgens de nieuwe Deense regelgeving wordt het laagfrequent geluid binnenshuis echter onderschat. In gevallen waar de grens van 20 dB maar net wordt gehaald, zullen metingen in de praktijk resulteren in waarden die de grenzen in veel woningen met meerdere decibels overschrijden.
Een reële berekening van het voorgestelde project in Maastricht wijst uit dat het laagfrequent geluid in veel woningen in een groot geografisch gebied boven 20 dB zal uitkomen. Dit is belangrijk omdat de hinder die wordt ondervonden van laagfrequent geluid sterk toeneemt wanneer het geluid de 20 dB overschrijdt.

Een verontrustend onderwerp betreft de staat van onderhoud van de windturbines en de geluidsproductie. Algemeen wordt aangenomen dat het geluid kan toenemen bij ondeugdelijk onderhoud en normale slijtage van de mechanische onderdelen en de bladen. Dat betekent dat in de loop van de tijd de overlast alleen maar zal toenemen.


De onderzoekers concluderen dan ook dat de geluidsgrenzen, zoals die in Nederland op basis van een jaargemiddelde worden vastgesteld, niet geschikt zijn windturbinegeluid. In normale praktijksituaties worden de Nederlandse en Deense grenzen voor het totale geluid buitens- en binnenshuis op veel plaatsen overschreden.